Weekendinterview: Sean De Bie

Door Niels Bastiaens, zondag 20 maart 2016 om 09:00

Foto: Sirotti

Ver weg van alle schijnwerpers en de drukte rond La Primavera geniet Sean De Bie (24) na van zijn zege in de Driedaagse van West-Vlaanderen. Voor de allrounder van Lotto Soudal betekende het zijn eerste eindwinst in een rittenkoers. “Ik houd van winnen, dus zal je mij niet in de grote klassiekers, maar eerder in koersen als deze nog vaker vooraan zien”, vertelt De Bie, die het in het Weekendinterview ook over de opvallende manier om zijn progressie na te gaan, de vrijheid bij zijn team en zijn eigen televisiereeks ‘Jonge Benen’ heeft.

‘Progressie’ is een woord dat De Bie hoog in het vaandel draagt. Ieder jaar een tikkeltje beter worden, in de hoop ooit de top te bereiken. In de Driedaagse van West-Vlaanderen, die hij dankzij een sterke proloog en een attractieve slotrit nipt voor talenten Lukasz Wisniowski (Etixx-Quick-Step) en Nils Politt (Katusha) won, kreeg De Bie de bevestiging dat hij daar dit jaar in ieder geval al in geslaagd is. “Maar op mijn best was ik nog niet”, bekent De Bie. “Ik ben nog altijd geen honderd procent. Mijn conditiepiek ligt pas een tweetal weken later, bij Dwars door Vlaanderen, E3 Harelbeke en Gent-Wevelgem. Ik heb de Driedaagse dus gewonnen met een goede basisconditie en dankzij een uitgebalanceerd programma vooraf. Een serieuze opsteker, omdat ik daar in het verleden zelfs in mijn topconditie niet toe kwam. Ik heb altijd wel goede prologen gereden, maar dichtbij de winst komen in zo’n klassement zat er nooit in.”

Ik heb de Driedaagse gewonnen met een goede basisconditie. Een opsteker, omdat ik dat vroeger zelfs in mijn topconditie niet kon.

De Lotto-Soudal-renner uit het Antwerpse Herentals volgt zijn progressie zelf ook redelijk intensief op. “Voorafgaand aan bijna elke tijdrit bekijk ik graag mijn tijden en wattages van de voorbije jaren in diezelfde wedstrijd, met de weersomstandigheden, mijn frisheid en dergelijke in het achterhoofd. Dan heb ik het niet specifiek over mijn goede uitslagen, maar ook over een zestigste plaats in de afsluitende tijdrit van de Ster van Bessèges in mijn eerste jaar als prof, een dertigste plaats vorig jaar en dit jaar dan een achttiende. Op die manier merk je dat je ieder jaar toch een beetje korter bij de besten komt, en dat zou de volgende jaren nog wat kunnen beteren. Het leuke is dat je na een tijdje je uitslagen kan gaan voorspellen. Voor West-Vlaanderen had ik vooraf gezegd dat ik tussen plek zes en dertien zou eindigen, en ik werd uiteindelijk zevende. Goed gegokt dus”, lacht De Bie.

Veelzijdig
De hamvraag is nu hoelang de 24-jarige De Bie – die toe is aan zijn derde jaar bij de profs – die stijgende lijn nog zal kunnen doortrekken en welke factoren daarbij een grote rol spelen. “Zelf kan ik dat nogal moeilijk inschatten. Ik zou niet weten waar het plafond ligt voor mij, maar ik doe er alles aan om beter te blijven worden. Deze winter heb ik de mogelijkheid gekregen om te sleutelen aan mijn positie op de fiets. Om eerlijk te zijn stond ik daar eerst nogal sceptisch tegenover, omdat ik vond dat ik eigenlijk al een hele goede positie had voordien. Toch heb ik mijn positie laten aanpassen en ik moet zeggen dat ik heel wat wattage heb gewonnen, omdat ik aerodynamischer geworden ben. Neem daarbij het feit dat een jonge renner als ik nog ieder jaar een beetje aan kracht wint, dus denk ik dat ik nog een aantal jaar progressie kan blijven maken. Ik heb het dan vooral over de korte, explosieve prologen die mij wel liggen.”

Ik stond sceptisch tegenover het sleutelen aan mijn fietspositie, maar nu ik het gedaan heb, ben ik toch veel aerodynamischer geworden.

Maar De Bie kan zoveel meer dan enkel goede prologen rijden. Eerder bewees hij met winst in een rit in de Ronde van Luxemburg in een sprint tegen onder andere Leonardo Duque en Kenneth Vanbilsen over snelle benen te beschikken, en met een late aanval in de Grote Prijs Impanis van afgelopen najaar toonde hij ook zijn kwaliteiten als hardrijder en solist. Waar wil hij uiteindelijk graag naar toe? “Naast de rittenkoersen, zeggen de HC-wedstrijden waar er op heuvelachtig terrein gereden wordt mij het meest, genre GP Impanis en de Druivenkoers. Ik hou ervan om wedstrijden te winnen, dus zal je mij niet in de topklassiekers, maar eerder in koersen als deze vaker vooraan zien. Het leuke is dat ik het op veel manieren kan afwerken, niemand weet hoe ik het ga doen. Je strooit op die manier zand in de ogen van de rest. Gaat hij sprinten of toch nog verrassen met een demarrage? Daar geniet ik van.”

Vrijheid
Belangrijk is ook dat De Bie bij Lotto Soudal – dat volop inzet op de ontwikkeling van jonge talenten – de kans krijgt om zich tot een beter renner te ontwikkelen door af en toe voor zichzelf te mogen rijden. Tim Wellens uitte zijn dankbaarheid afgelopen week zelfs nog met een contractverlenging tot en met 2018. “Dat voorbeeld zie ik mezelf niet volgen, maar ik volg Tim in zijn opinie. Ik ben enorm blij met de kansen die ik krijg, maar ik kan er ook van genieten om te mogen werken voor een renner als André Greipel. Al moet je daar ook niet mee overdrijven. Soms zie ik jongens bij een andere ploeg, die zo goed zijn dat ze zelf kunnen winnen, maar toch heel de dag moeten werken. Michael Valgren Andersen van Tinkoff, om iemand te noemen. Hij is een van de sterkste gasten van zijn generatie, maar moet vanaf kilometer nul Contador uit de wind houden of op kop rijden. Als ik dat zie ben ik blij dat ik meer vrijheid krijg.”

Soms zie ik jongens als Valgren Andersen, die zo goed zijn, maar toch altijd moeten werken. Dan ben ik blij dat ik meer vrijheid krijg.

“Je merkt ook dat onze ploeg heel wat ervaring heeft in het begeleiden van jonge renners, met daarbij veel ambitie om grote wedstrijden te winnen. Het klopt dat het klassieke voorjaar van Lotto Soudal de afgelopen jaren niet altijd even goed was, maar met renners als Tiesj Benoot, Jens Debusschere of in de Waalse klassiekers Tim Wellens komen de jonge renners nu toch hun neus aan het venster steken. Als we met die jonge, sterke ploeg hecht kunnen blijven en goed samen blijven koersen, kan je alleen maar groeien naar de toekomst toe. Dat is heel belangrijk, want onbewust steek je elkaar ook aan. Op de trainingen push je elkaar een beetje, op een gezonde manier natuurlijk. Je voelt dat de snelheid elk jaar hoger ligt, zeker als er enkele lokale renners hun wagonnetje proberen aan te haken. Als je ziet dat zij het moeilijker hebben om ons te kunnen volgen, dan weet je dat ons niveau serieus omhoog is gegaan.”

Jonge Benen
De Bie is tegenwoordig in Vlaanderen vooral bekend van de televisiereeks ‘Jonge Benen’ op Eén, over het leven van Tim Wellens, Louis Vervaeke, De Bie zelf (Lotto Soudal) en Jasper Stuyven (Trek). Niet toevallig, want dit viertal is sinds jaar en dag bevriend en traint vaak samen, zowel in Spanje als in eigen land. “Door het programma is onze band nog sterker geworden, vereeuwigd”, lacht Sean. “Maar voor een wielrenner is zo’n reeks niet evident. Ik had het in het begin vaak moeilijk om mezelf te zijn voor de camera’s. Af en toe is het een beetje gepusht, dat de makers specifiek vragen om te filmen voor of na een bepaalde wedstrijd waar we ambities voor hadden. Als we met zijn vieren in Spanje zijn, gaat alles veel spontaner. Dan wordt het eten gefilmd en andere onbelangrijke dingen en dan is het geen verplichting meer. Maar het leukste vind ik dat we wat jongetjes van tien jaar hebben geïnspireerd.”

Op training voel je bij Kris Boeckmans duidelijk dat er weer power achter zit, al is het nog niet helemaal zoals voorheen.

In de drukke klassieke periode die er zit aan te komen zal De Bie niet zo vaak in het gezelschap van de ‘Jonge Benen’ kunnen vertoeven, maar in hun plaats krijgt hij Kris Boeckmans aan zijn zijde. Boeckmans maakte afgelopen week in Handzame zijn comeback na zijn horrorcrash in de Vuelta van vorig jaar. “En of ik daar blij om was. Zeker omdat hij mentaal niet veranderd is. Kris weet nog alle leuke momenten die we voordien hebben beleefd en daar ben ik blij om. Ook fysiek is hij al sterk vooruit gegaan. Op de trainingen voel je bij een kort sprintje dat er weer power bij hem achter zit, al is het nog niet helemaal zoals voorheen. Maar ik denk wel dat het goed komt”, aldus De Bie, wiens volgende doel een selectie voor ‘De Ronde’ afdwingen is. “Nu de ploeg met André Greipel, Gert Dockx, Stig Broeckx en Frederik Frison jammer genoeg gehavend is, verwacht ik dat ik mee mag. Maar ik focus eerst op de semiklassiekers.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Karsten Kroon bewijst de wielersport een dienst met zijn bekentenis

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief