Weekendinterview: Zico Waeytens

Door Niels Bastiaens, zondag 28 februari 2016 om 08:00

foto: Sirotti

In afwezigheid van de revaliderende John Degenkolb is Zico Waeytens (24) dit voorjaar de man om naar uit te kijken bij Giant-Alpecin. Vorige week bewees de jonge Belg zijn kracht al met een straffe tweede plaats na Alexander Kristoff in de Ronde van Oman, maar vanaf dit weekend is het tijd voor het werk waar hijzelf het meest van houdt: de kasseiklassiekers. Die vat Waeytens aan met het nodige vertrouwen, zo vertelt hij in het Weekendinterview.

Geen Omloop
Nog voor de kasseiklassiekers goed en wel begonnen zijn, hebben Zico Waeytens en zijn ploegmaten al een serieuze domper te verwerken gekregen. Door het trainingsongeval eind januari, waarbij onder andere John Degenkolb zijn voorjaar in rook zag opgaan, achtte de ploegleiding van Giant-Alpecin het niet mogelijk een volwaardige selectie voor de Omloop Het Nieuwsblad af te vaardigen. Daarop besloten Rudi Kemna en co een algemeen forfait aan te kondigen. Een drastische beslissing, die wel op het begrip van Waeytens kon rekenen. “Het zou wel een mooie wedstrijd geweest zijn om mij in de kijker te rijden, maar door omstandigheden is dat dus jammer genoeg niet mogelijk. Let op, ik kan mij wel honderd procent vinden in de beslissing van de ploeg. Ze hebben eerst met ons gesproken en gevraagd hoe wij over de situatie dachten. We werden er dus bij betrokken, maar uiteindelijk zijn zij het toch die de knopen doorhakken. Wij begrijpen in dit geval die beslissing wel, we weten waarom ze die hebben genomen.”

Een voorjaar zonder Omloop Het Nieuwsblad hoeft bovendien geen gevolgen te hebben voor de grote klassiekers in maart en april. Meer nog: renners als Sep Vanmarcke, Ian Stannard en Fabian Cancellara hebben bewust gepast voor het openingsweekend, om pas op hun best te zijn in koersen als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. “Plaats gerust ook kopman John Degenkolb in dat rijtje. De afgelopen jaren kwam hij niet aan de start van de Omloop, maar won hij wel Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix. Ik zie er dus geen al te groot nadeel in en troost me met de gedachte dat ook Kuurne-Brussel-Kuurne een heel mooie koers is. Het is een unieke gelegenheid om daar eens aan het vertrek te komen, op minder dan vijftien kilometer van waar ik woon. Anders gaf ik altijd de voorkeur aan de Omloop Het Nieuwsblad, en de twee klassiekers op rij rijden was voor een jonge renner als ik iets te veel van het goede. Reken er dus maar op dat ik gemotiveerd ben om mij voor eigen volk te tonen. De conditie is in ieder geval goed.”

Ik voelde dat ik in de sprints in de Ronde van Oman nog overschot had. Pas in de laatste rit kwam het eruit.

In tegenstelling tot de Belgische media en enkele andere Belgische coureurs, is er bij Waeytens in geen geval sprake van stress aan de vooravond van het Vlaams openingsweekend. “Stress niet, nervositeit wel. Maar dat heeft iedereen wel een beetje, vermoed ik? Je hebt na de voorbereidingskoersen altijd een bepaald gevoel. Als dat goed is, moet je eigenlijk ook geen stress hebben, al mag je niet vergeten hoe belangrijk dat openingsweekend voor de Belgen is. Iedereen gaat er zo hard in op, zeker bij mij in de streek. En aangezien ik niet ver van het parcours van Kuurne-Brussel-Kuurne woon, zal er voor mij wel de nodige belangstelling zijn. Vooral aan de aankomst mag ik volgens mij wel de nodige supporters verwachten, wat het altijd extra leuk maakt. Je hebt er een hele winter naar toegewerkt en nu krijg je de kans om voor de ogen van iedereen iets moois te tonen in een klassieker. Hier is dat nog haalbaar, in tegenstelling tot de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix, waar het niveau nog wat hoger ligt.”

Sterk in Oman
Ter voorbereiding van de klassieke wedstrijden trok de jonge Belg naar het Midden-Oosten voor de rondes van Qatar en Oman. Waar er in Qatar geen specifieke resultaten werden behaald, deed Waeytens dat met een tweede en zesde plek in Oman wel. In de slotrit van de laatstgenoemde ronde strandde hij zelfs in het wiel van Alexander Kristoff, die ook voor Kuurne-Brussel-Kuurne als topfavoriet geldt. “Nochtans was ik ook in Qatar al goed, hoor. In de eerste etappe was ik zelfs mee met de eerste waaier van zo’n twintigtal renners, tot ik plots af te rekenen kreeg met krampen. Niets om mij zorgen over te maken, want dat heb ik altijd in de eerste koers van het seizoen, maar wel bijzonder jammer met het oog op een goed resultaat. Dat was in Oman wel anders, want daar voelde ik mij dag na dag beter worden en raakte ik niet eens vermoeid. Dat is het teken dat je goed bent. Ik voelde in de sprints dat ik overschot had en door insluiting niet helemaal mijn ding kon doen, tot die bewuste laatste rit, natuurlijk.”

Een typische vraag die gesteld wordt wanneer een renner goed presteert op het terrein waar later dat jaar een WK (in dit geval in Qatar) plaatsvindt, is natuurlijk: denk ook jij aan een WK-selectie? Waeytens: “Eerlijk gezegd lig ik er op dit moment niet echt wakker van. Ik concentreer mij nu in de eerste plaats op de klassiekers die eraan komen en daar moet alles voor wijken. Het is ook niet omdat je één enkele keer goed rijdt op de plek waar later een WK plaatsvindt, dat je al moet gaan roepen dat je meewilt voor je land. Je moet je in meerdere koersen bewijzen en vooral tonen dat je over een grote motor beschikt. Dat heb ik nog niet moeten doen, want eerlijk is eerlijk, koersen van 160 of 180 kilometer in Qatar en Oman is nog iets helemaal anders dan de 250 kilometer van een WK. Wat wel klopt, is dat ik als sprinter overeen kom met het type waar België voor het WK van dit najaar naar op zoek is. Maar zo zijn er nog meer, hé. Het is aan mij om te bewijzen dat ik goed ben en dan zien we wel. De interesse is er in ieder geval wel.”

Ik heb nog nooit Parijs-Roubaix gereden. Dan kan je niet van mij verwachten om overal kopman te spelen.

Terug in België aangekomen, bevindt Waeytens zich op een totaal verschillend terrein dan in Qatar en Oman. Waar de renners daar vooral aan lange, brede woestijnwegen worden onderworpen, krijgen ze in België smalle, kronkelende steegjes voorgeschoteld, soms met kasseien. Een grote aanpassing? “Voor mij valt dat nog wel mee, omdat ik het natuurlijk gewoon ben om op die wegen te trainen als ik thuis ben. Ik ken die wegen al zo goed dat je het eigenlijk geen echte aanpassing kan noemen. Meer stressvol is het natuurlijk wel, al kan je dat van de Ronde van Qatar met de wind ook wel zeggen. Een klassieke wedstrijd brengt altijd de nodige stress met zich mee, meer dan bij een normale koers, maar daar hou ik wel van, hoor. Om de hellingen goed te kunnen verteren ga ik deze week zelfs nog eens langs de osteopaat voor een check-up. Dan ben ik zeker dat ik voldoende kracht vanuit de onderrug kan zetten op bijvoorbeeld de Oude Kwaremont zondag, een terrein dat ik de voorbije week niet zo vaak heb gezien.”

Ervaring
In koersen als deze had Giant-Alpecin de afgelopen jaren in de persoon van John Degenkolb telkens een man die mee kon doen om de hoofdprijzen. Nu hij dit jaar letterlijk is weggevallen, wordt het voor Waeytens bijna onmogelijk om die rol over te nemen en even straf te doen, beseft hij. “Ik leg mezelf de druk in ieder geval niet op om de grote vervanger van John Degenkolb te worden in de klassiekers. De ploeg heeft mij dat ook al duidelijk gemaakt en gezegd: ‘we gaan jou nu niet met alle druk opzadelen.’ Ik ben nog heel jong en heb nog maar één keer Gent-Wevelgem en de E3 Harelbeke gereden en zelfs nog nooit Kuurne en Parijs-Roubaix. Dan kan je niet van mij verwachten om overal kopman te gaan spelen. Door blessures in het begin van mijn carrière heb ik nooit de kans gehad om die ervaring al op te doen, maar dat wil wel zeggen dat ik nog een groeimarge heb. Binnen een jaar of twee wil ik mijn potentieel tonen en de stap zetten om mee te doen voor de prijzen, nu kan een ereplaats in Gent-Wevelgem misschien al.”

Ook in Kuurne-Brussel-Kuurne zou de renner uit Ledegem wel eens iets moois kunnen laten zien. Bovendien kan hij bij een eventuele sprint rekenen op een extra wapen. “De sprinttrein van John Degenkolb, maar ook die van Marcel Kittel vorig jaar, staat nu tot mijn beschikking. De jongens die dat werk voor Kittel deden, rijden nog altijd bij ons in de ploeg. We hebben dus een zekere ervaring met dat soort zaken en zijn er enorm sterk in. Het is aan ons om dat voordeel in de finale ook te gaan benutten en hoog te eindigen. Hoe hoog? Ik weet dat het moeilijk wordt om Kuurne te winnen tegen renners als Alexander Kristoff, maar we gaan voor een zo hoog mogelijke uitslag. Ik koers niet om tiende of vijfde te eindigen, maar om op het podium te staan. Als dat lukt zal ik tevreden zijn, al is het natuurlijk even afwachten of ik de rol van kopman krijg. Met Søren Kragh Andersen en Nikias Arndt hebben we nog andere sprinters, maar ik ben vrij zeker dat ik in eigen regio mijn kans mag gaan. Ik kijk ernaar uit.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Karsten Kroon bewijst de wielersport een dienst met zijn bekentenis

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief