Weekendinterview: Klaas Vantornout

Door Niels Bastiaens, zondag 29 november 2015 om 08:00

Foto: Rudie Ottens

Het zit Klaas Vantornout (33) deze winter niet mee. Lichamelijke ongemakken en een scheurtje in zijn schouder teisteren de Belgisch kampioen veldrijden al enige tijd, waardoor hij de voorbije maanden geen enkele keer op het podium heeft mogen klimmen. De West-Vlaming is echter positief ingesteld en wil vooruit kijken, ondanks de kritiek die hij uit verschillende hoeken krijgt. Een openhartige Klaas Vantornout doet zijn verhaal in het Weekendinterview.

“Nog nooit zo slecht”
Vantornout heeft in zijn carrière al vele watertjes doorzwommen, maar de negatieve situatie waarin hij op dit moment verkeert, blijkt wel heel moeilijk om te overwinnen. Het verdict na ongeveer twee maanden cross is dan ook niet positief voor de Belgisch kampioen: geen enkele podiumplaats, amper twee keer in de top vijf in een klassementscross en zelden een goed gevoel op de fiets tijdens een cross. “Ik moet er geen tekening bij maken, zeker?”, lacht de West-Vlaming. “Het seizoen is nog nooit zo slecht begonnen voor mij, daar moet ik eerlijk in zijn. Als je dan met de Belgische driekleur rondrijdt, valt dat in de media natuurlijk extra hard op. Het is niet simpel en het zijn absoluut niet de plezantste crossen die ik de afgelopen maanden heb gereden, maar ik lig er niet wakker van. Ik blijf gewoon tweehonderd procent voor mijn sport leven, zoals ik altijd al heb gedaan. Alleen dan kan je beginnen hopen op beterschap in de nabije toekomst.”

Niettemin was Vantornout relatief goed aan zijn seizoen begonnen. In Las Vegas liep het met een 13e plek nog niet van een leien dakje, maar een vierde plek in de Steenbergcross van Erpe-Mere – waar hij zich nota bene enkele maanden daarvoor nog glansrijk tot Belgisch kampioen had gekroond – en een vijfde notering in de Superprestigecross van Gieten deden het beste verhopen voor wat komen zou. “Ik voelde dus niet al vanaf de eerste confrontatie dat het moeilijke tijden zouden worden. In Erpe-Mere verloor ik een bijna zekere podiumplek door een lekke band en ook in Gieten sprintte ik mee voor plek drie. Ik was goed vertrokken, maar in de week daarna kreeg ik met wat lichamelijke ongemakken af te rekenen. Die bleven aanslepen, waardoor ik mijn trainingen niet altijd meer kon doen. Dan gaat het rap, want ik ben nu eenmaal geen talent als Mathieu van der Poel die na weinig training direct op het podium staat.”

Het is vooral de goede conditie die het laat afweten. Mijn hartslagwaarden zijn nochtans super, zoals in mijn beste dagen, maar er komt geen vermogen uit. Ik verzuur direct.

Tot overmaat van ramp ging Vantornout tijdens de Superprestigecross van Zonhoven zwaar tegen de grond. Gevolg: een scheurtje in de schouder en een forfait voor de Koppenbergcross en het EK. “Het was van moeten dat ik die wedstrijden heb laten schieten. Ik had al een behoorlijk grote achterstand qua training en door die val heb ik weer bijna een weekje niet kunnen fietsen. De pijn in mijn schouder was erg intens en als ik moet lopen voel ik het nog altijd, maar ik wil mij er niet achter wegstoppen of excuses zoeken. Het is de goede conditie die het laat afweten. Mijn hartslagwaarden zijn nochtans super, zoals in mijn beste dagen, maar er komt geen vermogen uit. Ik verzuur direct. Of die achterstand nog op te halen is? Dat is ook een vraag die ik mij stel. Het seizoen is nog lang, dat is mijn houvast. Ik probeer er nog het beste van te maken en daarom trek ik volgende week een dag of vijf naar Calpe, om mijn gedachten te verzetten en goed te trainen in mooi weer.”

West-Vlaamse boeman
De reacties van fans via sociale media waren niet mals voor Vantornout, die na zijn afzeggingen ervan verdacht werd zijn blessures gefaket te hebben. Diezelfde kritiek kreeg hij ook vorig seizoen, toen hij na een competitieloze periode vol met pech alsnog Belgisch kampioen in Erpe-Mere werd. “Als ik win is het niet goed voor de mensen en als ik buiten de top tien eindig ook niet… Ik ben intussen 33 jaar en ik moet zeggen dat ik er al aan gewend geworden ben. Het is al mijn hele carrière zo geweest. Ik weet dus hoe ik ermee moet omgaan en dat is vooral naar mezelf kijken. Voor mensen die nog nooit op een crossfiets hebben gezeten is het heel makkelijk om kritiek te geven, maar ik heb ondervonden dat het gewoon deel uitmaakt van de sport. Bovendien geldt: als er niet over jou wordt gesproken is het niet goed, dus wanneer dat wel gebeurt moet je het als iets positiefs beschouwen. Je mag er gewoon niet te veel aandacht aan geven.”

De renner van Sunweb-Napoleon Games kan desondanks begrip opbrengen voor de mensen die zich negatief uitlaten over hem. “Iedereen heeft zijn favoriet in dit kleine wereldje. Als die niet wint, is het de mentaliteit van de mensen geworden om andere renners af te breken. Ik denk niet dat ik de enige ben die dat meemaakt, iedere topper vangt wel eens kritiek. Maar je moet weten: de sport leeft heel erg in de Antwerpse Kempen, waar men altijd een aanzienlijk aantal toppers heeft gehad en nu nog steeds heeft. Ik ben er als enige West-Vlaming om de absolute toppers pijn te doen. Een soort buitenbeentje. De supporters ruiken het gevaar en je krijgt meer en meer mensen tegen jou. Na een tijdje word je op die manier de grote boeman van de Kempense renners gezien, dat is logisch.” Het ging zelfs zo ver dat Vantornout tijdens zijn zegetocht op het BK werd uitgejouwd door fans. “Maar daar heb ik niet wakker van gelegen. Die mensen zijn geen twee keer Belgisch kampioen geworden.”

Ik denk dat Mathieu van der Poel vroeger wel eens dacht: ‘die Klaas is precies een rare gast’, maar als je hem nu opbelt, zal hij zeggen: ‘Klaas is wel een toffe hoor.’

“Of de media hierbij ook een rol speelt? Dat kan je wel stellen. De meeste mensen kennen mij alleen als de figuur Klaas Vantornout, die ik opgelegd gekregen heb door de pers, media en misschien ook een beetje door mezelf na wat straffe uitspraken in het verleden. Vroeger kon je nog je ongezouten mening geven, zoals Niels Albert dat deed. Maar hij is de laatste jaren ook veel kalmer geworden, omdat je niet anders kan. Dat heb ik ook moeten ondervinden. De mensen kennen enkel dat beeld van op TV dat op je wordt gekleefd, maar dat is niet de echte Klaas. Vraag dat maar aan Mathieu van der Poel. Ik denk dat hij vroeger wel eens dacht: ‘die Klaas is precies een rare gast’, maar als je hem nu opbelt, zal hij zeggen: ‘Klaas is wel een toffe hoor.’ Tijdens zijn moeilijke periode hebben we een aantal keer contact gehad. We delen dezelfde interesses en praten daar graag over. Maar dat weten de mensen niet en je geraakt niet van dat negatieve beeld af.”

Degradatie naar rij twee
Met Mathieu van der Poel is in een klap een van de vaandeldragers van de jonge generatie crossers genoemd. Samen met Wout van Aert geldt hij als dé kandidaat om alle populariteit op zich te nemen, na het stoppen van onder andere Sven Nys, Niels Albert, Zdenek Stybar en Lars Boom. Vantornout is nog altijd gemotiveerd om het tegen hen op te nemen. “Als ik in topvorm ben en ook het juiste parcours vind, dan kan ik hen nog altijd aan. Maar die topvorm is op dit moment net ver te zoeken. Voorlopig is dat dus niet aan de orde en ik weet niet of het nog voor dit seizoen zal zijn, maar ik heb in het verleden toch genoeg bewezen dat ik hen kan kloppen. Dat kan niet zomaar weg zijn, ook al ben ik 33. De explosiviteit is wel al fel verminderd. Vroeger kon ik net als Mathieu of Lars van der Haar volledig ontploffen bij de start en wegrijden waar ik wou. Nu is die start minder geworden en is het harken om zelfs bij de eerste vijf het veld in te draaien. Daar moet ik mee leren leven.”

Het wordt er voor Vantornout ook niet gemakkelijker op. Door zijn inactiviteit en mindere resultaten liep hij een tal van UCI-punten mis, wat hem op de UCI-ranking doet zakken naar plek 14 en bijgevolg een plekje op de eerste startrij kost. “In Koksijde was het al zover, voor het eerst in tien jaar stond ik op de tweede rij. Dat was even slikken. Een vreemd gevoel, want je hebt het niet meer zelf in handen. Je moet je niet meer concentreren op de lichten, maar op de renner voor jou en dan pas in je klikpedaal gaan. Dat is aanpassen, maar ik bekijk het positief. Het is soms ook een voordeel om van op de tweede rij te kunnen starten, om van de slipstream van je voorganger te profiteren. Anderzijds blijft het een risico. Als de renner voor jou slecht weg is, is de renner daarachter natuurlijk nog slechter weg. Alles hangt daar vanaf.”

Als alles slecht lijkt te gaan, begin je je soms af te vragen of stoppen met koersen niet de beste optie is. Maar dat mag je niet doen, want ik doe mijn sport nog graag.

Het siert Vantornout dat hij vooral vooruit wil kijken, maar door zijn negatieve uitslagen is het niet abnormaal dat hij ook wel eens momenten kent waarop hij het niet meer ziet zitten en aan een einde van zijn carrière denkt. “Stoppen met koersen was vorig jaar totaal nog niet aan de orde, maar nu het alleen maar slechter lijkt te gaan, begin je je soms wel eens af te vragen of dat niet de beste optie is. Anderzijds mag je daar eigenlijk niet te veel aan denken, want als je dat doet, hang je beter je fiets ineens aan de haak. Ik doe mijn sport nog graag en het is altijd mijn grote droom geweest om prof te worden. Dat ben ik nog altijd en ik verdien er goed mijn boterham mee. Als het dan ietsje minder gaat, dan neem ik dat er graag bij. Hoelang ik dan nog wil doorgaan? Ik heb nog een contract tot eind 2016 en het is nog te vroeg om te bespreken wat er daarna gebeurt. Ik wil daar nu niet aan denken, maar wel aan wat er de komende maanden aankomt.”

Kampioenschaprenner
In die komende maanden staat er de veldrijders een zeer drukke kerstperiode te wachten, die als de ultieme voorbereiding op het nationaal en wereldkampioenschap geldt. En laat Vantornout nu vooral in die laatste twee koersen jaar na jaar bijzonder goed voor de dag komen. “Daarom word ik door de Belgische media wel eens een kampioenschaprenner genoemd. Dat is iets wat ik heel graag hoor, want dat wil zeggen dat je in de belangrijkste crossen van het jaar al het een en ander gepresteerd en betekend hebt. Van mij mag iedereen dat gerust roepen, maar toch was dat niet altijd bewust. Je kan zo’n vormpiek niet plannen. Het is een kwestie van goed met de druk om te gaan, er op een bepaalde manier naar toe te leven en dat is iets wat ik altijd goed gekund heb”, verklapt de West-Vlaming zijn geheim. “Je moet die bepaalde prikkel kunnen vinden. Het komt niet altijd puur op conditie aan en net daarom is een kampioenschap iets speciaal.”

Een probleem voor Vantornout: de kans is groot dat we op het BK in Lille en het WK in Zolder een razend snelle omloop zullen treffen. Dat is in het verleden vaak in het nadeel van de renner uit Torhout gebleken. “Maar wie won er in 2013 het BK in Mol, op een heel snel parcours?”, zet Vantornout, die destijds beter was dan Sven Nys en Kevin Pauwels, daar tegenover. “Als alles meezit kan ik elke omloop aan, maar het klopt wel dat ik liever een lastig parcours zie. Dat geldt ook voor iemand als Sven Nys, zeker met het ouder worden. Maar alles hangt eigenlijk van de vorm van de dag af. Je mag mij nog een WK geven waar het een hele ronde lopen en zware kost is… Als je niet goed bent, dan doe je toch niet mee voor de zege. In de cross is het simpel: als je niet 100 procent bent, dan loop je achter de feiten aan. Het is aan mij om terug de goede conditie te vinden. Veel tijd heb ik niet meer, dus focus ik niet specifiek op die wedstrijden. Ik bekijk het van cross tot cross.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Tour de France 2018


Poll

Tom Dumoulin is sterk genoeg om Geraint Thomas en Chris Froome te verslaan

Stand

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief