Weekendinterview: Richard Groenendaal

Door Niels Bastiaens, zondag 25 oktober 2015 om 09:00

foto: John de Jong

Richard Groenendaal (44) heeft als ploegleider bij Rabobank deze winter geen grote namen onder zijn hoede. De wereldkampioen veldrijden van 2000 houdt zich bij de opleidingsformatie voornamelijk bezig met het begeleiden van jong Nederlands talent, en dat wierp afgelopen week nog zijn vruchten af met een eerste podiumplaats van Stan Godrie in de Nacht van Woerden. In het Weekendinterview geeft Groenendaal een inkijk in zijn werkwijze en laat hij zijn licht schijnen op de veldritsport.

De beloften Joris Nieuwenhuis, Martijn Budding, Sieben Wouters en Maik van der Heijden en de prof Stan Godrie zijn dit veldritseizoen de gelukkigen die door Groenendaal worden klaargestoomd voor een stapje hogerop. Het moet gezegd: de uitslagen waren bij de eerste internationale confrontaties nog niet helemaal wat ze moesten zijn, maar de knappe derde plaats van Stan Godrie na Lars van der Haar en Marcel Meisen in de Nacht van Woerden maakte in één klap veel goed.

“Het seizoen van onze beloften is eigenlijk pas drie weken geleden écht begonnen, in Gieten. Daar was een vierde plaats van Martijn Budding voor mij nog voldoende. Op de lastige omlopen van Ronse en Valkenburg vielen de jongens net buiten de top vijf en dat was een tegenvaller. Ik neem aan dat zij de kwaliteiten hebben om op of net naast het podium te eindigen in de grote wedstrijden en dat zal dit seizoen zeker nog een aantal keer gebeuren. Dan kijk ik in de eerste plaats naar Joris Nieuwenhuis en Budding, die in mijn ogen top vijf-renners en misschien wel toppers in wording zijn. Van Sieben Wouters, die eind augustus nog zijn sleutelbeen brak en een moeilijke periode doormaakte, en de jonge Maik van der Heijden kunnen en moeten we nog niet al te veel verwachten. Eerst maar eens kijken hoe die laatste zijn overstap van junior naar belofte verteerd heeft.”

Of Stan Godrie nu voor de weg of voor het veld kiest, maakt mij niet uit. Mijn enige doel is om hem een zo mooi mogelijke carrière te laten uitbouwen.

Neoprof Stan Godrie maakte van alle Rabobank-renners de sterkste indruk in de eerste veldritmaand. De Nederlands kampioen bij de beloften in het veld én op de weg reed zich een aantal keer in de top vijftien bij de profs, met als kers op de taart een derde plek in Woerden. “Wedstrijden als de Nacht van Woerden zijn voor Stan unieke kansen om zich in het bijzijn van een deel van de wereldtop te kunnen tonen. Wanneer alle toppers erbij zijn is dat op dit moment nog te hoog gegrepen. Hij heeft goede en minder goede wedstrijden afgewisseld en moet eigenlijk zijn plekje bij de profs nog vinden. Of ik ook blij zou zijn als hij op termijn voor de weg kiest? Zeker wel. We hebben dat in het verleden meegemaakt met Mike Teunissen en ook toen had ik daar geen probleem mee. Ik ben dan wel een veldritman, maar het doel bij het opleiden van een renner is om hem een zo mooi mogelijke carrière te laten uitbouwen. Of dat dan in het veld of op de weg is, maakt voor mij niet zo veel uit.”

Ontwikkeling boven de overwinningen
Teunissen en Godrie zijn slechts enkelen van de vele namen die het onder de hoede van Groenendaal tot een succesvolle prof hebben geschopt. Zijn strafste opleidingsproduct blijft voorlopig Lars van der Haar, afgelopen week nog winnaar van de Caubergcross. “Lars is ook de enige renner met wie ik heb gewerkt waarbij ik wel eens dacht: daar herken ik toch een aantal dingen van mezelf in. We hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden en zijn op dit moment eigenlijk nog altijd best close. Iedere woensdag zien we elkaar tijdens een gezamenlijke training en op wedstrijden loop je elkaar natuurlijk ook geregeld tegen het lijf. Dan maken we een praatje of we bellen een keertje door de week. En als hij of een andere renner die ik ooit heb opgeleid wint, kan ik daar nog altijd enorm van genieten. Het is toch een van jouw mannen. Je bent dan niet per se trots op jezelf, maar vooral blij voor die persoon in kwestie.”

“Je hebt met die renner dan ook een lang proces doorgemaakt. Wanneer iemand als junior bij onze ploeg komt, begint die als alles goed is helemaal vanaf nul. Ik ben dan verantwoordelijk om hem de juiste voeding en training voor te schotelen en hem op een goede manier een wedstrijd te laten ervaren. Daar ga je steeds verder in. Eerst dring je vooral zelf op hoe jij hem wil zien trainen en wat je hem wil laten doen, tot die persoon zelf beter denkt te weten wat hij moet doen. Dan ga je discussiëren over wedstrijden en dat is het moment waarop een renner zelfstandig wordt en dus klaar is voor een stapje hogerop. Op die manier maak je bij iedere renner die evolutie mee op een totaal verschillende manier, omdat iedereen gewoon anders is. Dat is net het leuke aan jeugdrenners te trainen.”

Als mijn oma Sven Nys had getraind, dan had hij net zoveel overwinningen behaald. Je moet je als ploegleider nooit belangrijker voelen dan de renner zelf.

Verlangt Groenendaal er dan niet naar om nog eens een topper te trainen en mee te genieten van dat succes? “Scoren en wedstrijden winnen is natuurlijk tof, dat kan ik moeilijk ontkennen. Maar de persoonlijke ontwikkeling van een renner meemaken, zien dat hij iets doet met wat je vertelt en daar zijn hele carrière gebruik van kan maken, is veel mooier. Dat is mijn grootste drijfveer, en niet zozeer het aantal overwinningen aan het einde van het jaar. Het klopt dat als je puur naar de prestaties kijkt, het veel makkelijker is om een topper te trainen dan een jonge renner die nog niets bereikt heeft. Misschien wel te makkelijk, want alles wat je doet is eigenlijk goed. Als mijn oma pakweg Sven Nys had getraind, dan had hij net zoveel overwinningen behaald. Met alle respect voor de trainer van Nys. Je moet je als de begeleider nooit belangrijker voelen dan de renner in kwestie, omdat het de renner is die uiteindelijk voor de prestaties moet gaan zorgen en niet de begeleiding.”

Desondanks heeft de wereldkampioen van Sint-Michielsgestel in 2000 zijn handen vol met zijn job als ploegleider. “Mijn taak is meer dan enkel de renner van tactisch en trainingsadvies voorzien. Ik zorg ook voor het dagelijks trainingsprogramma van de renners, schrijf de trainingsschema’s uit in overleg met de renners. Daarnaast stel ik ook een zo goed mogelijk wedstrijdprogramma samen in de zomer en de winter en begeleid ik iedereen tijdens trainingskampen, crossen en trainingen. Je bent er wel vaak mee bezig, maar het is onzin om te zeggen dat het alle tijd tussen maandagochtend acht uur en zondagavond acht uur in beslag neemt. Dat zou ik ook niet willen. Eigenlijk heb ik het vooral druk in de maand september, vlak voor de start van het nieuwe crossseizoen, met het regelen van het juiste materiaal en dergelijke. Eens het seizoen goed en wel begonnen is, krijg je meer lucht. Dan is er tijd om bijvoorbeeld zelf eens te gaan fietsen.”

Veldrijden het nieuwe mountainbiken?
Na de dominantie van de 21-jarige Wout van Aert in de eerste maanden van het seizoen, kreeg de veldritsport vaak het verwijt te saai te zijn en te vaak dezelfde winnaars te hebben. Van Aert won tot nu toe dan ook alles wat er op het hoogste niveau te winnen viel, met uitzondering van de WB-manche van Valkenburg, die ten prooi viel aan Van der Haar. Groenendaal denkt echter niet dat dit een probleem is. “Veel dezelfde winnaars maken een sport toch niet minder interessant? Als dat zo was, dan zouden er maar heel weinig interessante sporten zijn. Het wegwielrennen is op dit moment misschien een uitzondering op de regel, omdat het een vrij complexe sport is met veel specialisme en veel toppers die op hun domein uitblinken in een bepaalde periode van het seizoen. Het is waar dat de cross niet altijd even spannend is, maar er zijn ten minste iedere week totaal verschillende omlopen en aan het einde van het verhaal wint telkens de beste. Dat is de charme van onze sport.”

Het Europees kampioenschap voor profs? Voor mij had die wedstrijd er niet moeten komen. Het is toch geen toegevoegde waarde op de overvolle kalender.

Veldrijdster Sanne van Paassen was het daar niet mee eens en kwam met enkele ideeën op de proppen om het veldrijden volledig te gaan hervormen. Disciplines als afvalling, fourcross, tijdrit en ploegentijdrit zouden volgens de ex-Nederlands kampioene zomaar tot de toekomst van de cross kunnen behoren. “Ik vind die ideeën niet echt realistisch”, zet Groenendaal daar tegenover. “Het is wel leuk, maar ik zie een te grote parallel met het mountainbiken, waarbij de hervorming helemaal de mist is ingegaan. In die sport zijn er op dit moment zoveel disciplines dat de gewone mens niet meer weet wat er juist aan de hand is. Cross country, fourcross, downhill,… Voor een leek worden die wedstrijden wel allemaal op een mountainbike gereden, maar ze weten niet meer waar het exact over gaat. Dat moeten we bij het veldrijden vermijden, de sport moet simpel blijven. Door land en veld, door bos en duin. En na een uurtje is de winnaar bekend. Dat is toch gewoon het duidelijkst en dus ook het best.”

“Bovendien gaat Van Aert niet alle wedstrijden helemaal alleen blijven domineren. Hij zal aan de top het gezelschap krijgen van Lars van der Haar, Kevin Pauwels en Sven Nys. Dat viertal moet het dit seizoen gaan doen, hopelijk samen met de geblesseerde Mathieu van der Poel. Als hij weer inzetbaar is, gaat hij sneller dan iedereen denkt weer meedoen voor de overwinning in de topcrossen. En als de trage wedstrijden zoals de Koppenbergcross en de klassieker in Asper-Gavere eraan komen, verrast Klaas Vantornout misschien weer met een uitschieter, net als zijn ploegmaat Michael Vanthourenhout. Maar dan moeten een paar andere toppers het wel eerst laten afweten. Voor het overige verwacht ik erg weinig wijzigingen in de huidige rangorde. In de eerste plaats gaan de ‘grote vijf’ gewoon domineren, wat daarachter gebeurt is minder voorspelbaar.”

Over een tweetal weken staat er de Rabobank-jongens van Groenendaal met het allereerste Europees Kampioenschap in Huijbergen een grote afspraak te wachten, op een parcours dat de ex-renner goed kent. “De omloop is gelegen in een bos, met veel los zand, een paar klimmetjes en een stukje lopen. Kortom, een mooie cross met veel afwisseling, waar ikzelf als renner vaak op mijn best was. Dat moet ook de Rabobank-jongens wel liggen, maar ik moet toegeven dat we niet specifiek naar deze koers aan het toewerken zijn. We blijven doorwerken zoals we altijd doen en proberen iedere wedstrijd het beste van onszelf te geven. Het is dan ook afwachten hoe serieus de profs het EK nemen in dit eerste jaar. Voor mij had de elitewedstrijd er eigenlijk niet moeten komen, omdat het geen grote toegevoegde waarde is op overvolle kalender. Bij de jeugd zorgt het wel altijd voor leuke confrontaties, die we de komende maanden nog wel vaker zullen zien.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Karsten Kroon bewijst de wielersport een dienst met zijn bekentenis

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief