Weekendinterview: Niki Terpstra

Door Youri IJnsen, zondag 27 september 2015 om 09:00

Foto: Dick Soepenberg/Sportfoto.nl

Het wereldkampioenschap wielrennen van 2015 is hét moment voor Niki Terpstra (31). De nationale kampioen treft in Richmond een parcours dat past bij zijn kwaliteiten. De volgende WK’s zijn toebedeeld aan Doha (Qatar) en Bergen (Noorwegen) en dus zou het wel eens de laatste kans als kopman van Nederland kunnen zijn. Is het nu of nooit?

In de vroege nacht van woensdag op donderdag (Nederlandse tijd) maakt de Nederlandse kampioen tijd vrij voor WielerFlits. Hij is dan net in zijn hotelkamer teruggekeerd van een massage. De Nederlandse selectie had die dag een training van tweehonderd kilometer gepland, tijdens de tijdrit. “Die heb ik net gemist!”, klinkt het opgewekt. “Wel een aparte uitslag.” Luttele seconden later, net voor de start van het interview, gaat het hoofd echter weer op de focus-stand: “Maak je het niet te lang?”

Lange voorbereiding
Het mag duidelijk zijn dat Terpstra met zijn gedachten al bij zondag is. “Deze week hebben we nog relatief veel gefietst. De laatste dagen zal dat een stuk minder zijn en moeten we vooral rusten. Doseren, een beetje op bed hangen en een filmpje kijken”, zegt hij ontspannen. Over zijn vorm is hij ook meer dan te spreken: “Het gaat uitstekend! Zondag ging het tijdens de ploegentijdrit ook goed en met het trainen is het gevoel eveneens prima. Ik ben vol vertrouwen.”

Het gaat uitstekend! Ik ben vol vertrouwen voor zondag

Het is voor Terpstra pas zijn vierde WK. Hoewel hij er in Florence en Ponferrada tijdens de ploegentijdrit ook bij was, maakte de Assendelfter zijn opwachting in het oranje alleen in Valkenburg (2012), Kopenhagen (2011) en het Australische Geelong (2010). Toch deert het Terpstra niet zo veel om, in dit geval naar Richmond, de halve wereld af te reizen. “Je moet er wat eerder zijn in verband met het tijdsverschil. Het is iets anders, maar alles is goed geregeld. Natuurlijk verschilt de cultuur bijvoorbeeld, maar voor ons als renners maakt dat niet zo veel uit.”

In de Vuelta koos Terpstra een paar keer het offensief en besloot hij de benen nog eens goed te testen in de etappe naar Cortals d’Encamp. Op het moment dat Chris Froome daar de rol moest lossen, sleurde Terpstra in zijn rood-wit-blauwe trui aan kop van het peloton. In een bergetappe dus, met het oog op dit WK. Kort na zijn opgave vloog hij richting Amerika. Bij aankomst, was een jetlag niet aan de orde. “Maar ik ben sowieso niet iemand die daar extreem veel hinder van ondervindt”, vertelt Terpstra. “Iedereen heeft er wel wat last van, natuurlijk. Maar ik ben er vrij snel aan gewend, vooral deze kant op. Ik vind het eigenlijk alleen maar lekker. De terugvlucht naar huis straks, dat wordt wel een zware kluif.”

Ploegenbelang in een landenspel
Voor de renner van Etixx-Quick Step is de koers van zondag bijzonder. “Het is wel een wereldkampioenschap, hè!”, lacht Terpstra. “Je verdedigt de kleuren van je land, een hele eer. Daarnaast rijd je ook in een hele andere ploeg rond. Dat is wel speciaal.” Toch is dat geen sinecure, want met Lars Boom, Sebastian Langeveld, Robert Gesink, Bauke Mollema, Tom Dumoulin en Terpstra zelf, zijn er louter toprenners aanwezig in de selectie van Nederland. En in landen als Spanje en België is dat wel eens een probleem gebleken. “Ik kan alleen zeggen dat de sfeer nu heel goed is. Ik hoop dat het zondag ook allemaal op z’n plaats valt, maar ik denk dat het wel goed zit. De samenwerking met bondscoach Johan Lammerts gaat ook goed. Hij is heel duidelijk en dat is heel belangrijk. Ik denk wel dat Johan iemand is die de koppen dezelfde kant op kan krijgen.”

Ploegenspel kan altijd meespelen, wanneer je met veel ploegmaats van je team voorop zit

Hoewel het speciaal is om voor Nederland te koersen, onderstreept Terpstra dat er wel degelijk ploegenbelangen spelen tijdens het WK. En heel gek is dat ook niet, omdat Etixx-Quick-Step in dit geval het salaris van Terpstra betaalt. “Tuurlijk kan dat altijd meespelen. Dat is gewoon zo. In wat voor situaties? Dat is wanneer je met veel ploegmaats van je team voorop komt te zitten.” Maar wat nu als Terpstra met Tom Boonen in de beslissende slag zit. Wat zou er dan kunnen gebeuren? “Ja, van alles”, lacht hij. “Maar ja, dat is een droomscenario. We gaan zondag lekker koersen en dan zien we wel wat er gebeurt.”

Terpstra verwacht een vermakelijke koers
Dan naar aankomende zondag. Al maanden staat die dag met rood omcirkeld in de agenda van Terpstra. In een vrij vroeg stadium weet hij bovendien een beeld te vormen over het parcours in Richmond. “De bondscoach is hier natuurlijk in april al geweest, met Sebastian. Van hen heb ik destijds al info en videobeelden ontvangen. Ik heb me er daardoor een aardige voorstelling bij kunnen maken. En daar lijkt het op”, grapt Terpstra. Hij vergelijkt het parcours met dat van de WorldTour-koers in Quebec. Daar deed onze landgenoot overigens één keer mee en kleurde toen de finale in de door Gesink gewonnen editie van 2013.

“Het is echt wel een pittige finale. Hoe pittig, dat zullen we uiteindelijk in de finale zondag wel merken. Of ik dat wel of niet kan overleven, maar dat blijft natuurlijk altijd een vraagteken. Het is in ieder geval niet gemakkelijk. Met zestien rondjes gaat het zeker wel zwaar worden.” Volgens sommige wielerkenners is het echter een WK-onwaardige omloop. “Waarom?”, vraagt Terpstra zich af. “Voor de renners die dit parcours wel ligt, is het geschikt. Voor klimmers moet het juist zwaarder. Maar dat is een beetje de mode, dat je als renner niets voorstelt als je niet bergop kunt rijden. Want alle koersen gaan steeds meer bergop, maar gelukkig worden de WK’s beter verdeeld”, beoordeelt Terpstra de omloop in Richmond.

Alle wedstrijden moeten maar zwaarder. Gelukkig verdeelt men de WK’s beter

De te kloppen man aanwijzen voor zondag is een lastig karwei. En dat is volgens de goedlachse Nederlander logisch. “Voor mij zijn er geen concurrenten of favorieten die er echt bovenuit steken. Ik denk dat je hier wel twintig namen kunt opschrijven. Het niveau is gewoon heel hoog en op dit parcours maken meerdere typen renners kans. De kans bestaat dat niemand alleen wegkomt. Maar dat is toch juist mooier? Het zou wel kunnen hoor, als het een zware koers wordt. Wanneer iemand zo sterk is dat-ie op de laatste klim kan wegblijven, dan is de kans groot dat je ook voorop blijft. Maar dan moet je wel een groot gat slaan.”

Aanvallen is het credo
Het weer kan daarin een belangrijke factor spelen. De vooruitzichten in Richmond zijn niet al te best voor dit weekend, maar zondag lijkt het toch iets beter dan vrijdag en zaterdag. Onstuimig Nederlands weer wellicht, maar dat laat Terpstra koud. “Als het nat is, wordt het wat zwaarder. Dan is het peloton vaker meer gerekt, omdat iedereen langzamer door de bochten gaat. Dat is denk ik wel in ons (Nederlands team, red.) voordeel. Maar voor mij persoonlijk maakt het niet uit wat voor weer het is. Ik heb met mooi of slecht weer geen enkel probleem.”

Ik ben pas tevreden als ik écht heb meegedaan, dat ik de koers mee bepaald heb

De voortekenen zijn dus goed voor Terpstra en hij weet dat het erin zit. Maar een afwachtende koers? Nee, dat is niet aan de Nederlandse kopman besteed. “Ik denk dat het parcours me ligt. Ik ga gewoon koersen zoals ik dat altijd doe. Het is in ieder geval de bedoeling dat jullie mij tijdens de finale in de aanval gaan zien. Ik wil meedoen om de prijzen en ben pas tevreden als ik écht heb meegedaan, dat ik de koers mee bepaald heb”, luidt het strijdplan. Wanneer Terpstra niet weer strandt in het zicht van de haven zoals in Geelong, mag Nederland stiekem beginnen te dromen over een regenboogtrui.

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

Wie wint de Ronde van Romandië 2018?

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief