Weekendinterview: Tom Stamsnijder

Door Youri IJnsen, zondag 20 september 2015 om 12:00

foto: Cor Vos/Giant-Alpecin

De Vuelta a España is voor Giant-Alpecin een onvergetelijke ronde geworden. De Duits-Nederlandse ploeg won drie etappes en had met Tom Dumoulin lange tijd uitzicht op de eindzege. Tom Stamsnijder maakte alles van binnenuit mee. De 30-jarige renner was in de drieweekse door Spanje een steunpilaar voor de ploeg. Een week na de wedstrijd geeft hij een kijkje inside de Giant-Alpecin-ploeg van de voorbije Ronde van Spanje.

Stamsnijder is samen met Thierry Hupond een van de onzichtbare krachten in het peloton, ondergewaardeerd door het grote publiek. De taak van renners zoals hij zit er namelijk vaak al op wanneer de eerste televisie-kabels in de commentaarhokjes zijn geplugd, met als bijgevolg dat deze coureurs bijna nooit in beeld rijden. Maar zonder renners als Stamsnijder zouden mannen als Dumoulin, Chris Froome, Alberto Contador en Vincenzo Nibali nooit  in aanmerking komen om een grote ronde te winnen.

Het grote vraagteken
Voorafgaand aan de Vuelta besluit Giant-Alpecin zich te concentreren op de massasprints. John Degenkolb is dan bezig aan een uitmuntend seizoen, Warren Barguil heeft de Tour de France nog in de benen en Dumoulin is een groot vraagteken. Althans: “Ik heb nog met hem gesproken, kort voor de start van de Vuelta”, legt Stamsnijder uit. “Ik merkte in dat gesprek dat hij heel erg gebrand was om ergens een trui of overwinning te pakken. Hij wilde de mensen tonen dat hij terug was, dat hij hongerig was en dat hij iets gemist had in de Tour. Daardoor besloten we om in de lastigere etappes, waar John niet aan de bak komt, de kaart-Dumoulin te spelen. Al wisten we natuurlijk ook niet hoe ver hij op dat moment zou komen.”

Wij waren de enige ploeg die wilde werken tijdens sprintetappes

Een dag later buigt de Limburger dat vraagteken over zijn vorm om in een uitroepteken. Op een lastige aankomst in Caminito del Rey is alleen Esteban Chaves beter. “Tom zei voor de etappe nog: ‘Ik weet eigenlijk helemaal niet hoe mijn vorm is, maar ik voel me wel goed’. Toen hebben we als team besloten om het te proberen. Als hij dan tweede wordt, weet je dat alle puzzelstukjes in elkaar zijn gevallen. Tom was teleurgesteld dat hij de leiderstrui daar niet pakte, maar hij had direct het idee dat er nog wel meer in het vat zou kunnen zitten. Het was een meevallertje, ook voor Tom. De dag erna zijn we weer gaan rijden voor Degenkolb, business as usual.”

Maar juist dat blijkt lastig. Degenkolb komt vaak net te kort in de sprints, maar daar is volgens Stamsnijder een logische verklaring voor. “Het kostte ons moeite om het steeds überhaupt tot een sprint te laten komen. We kregen in de achtervolging namelijk geen hulp van andere teams, zelfs niet als het in de laatste tien of vijf kilometer erop of eronder was voor de vluchters. Dan moet je pokeren en moeten er mannen die normaliter in de trein van John zitten, ook op kop mee draaien. Voor een super uitgelijnde en strakke lead-out, kwamen we voor het mooie daardoor steeds een mannetje te kort. Met het gevolg dat John het veelal voor zichzelf op moest knappen in de sprints. Door pech ging dat steeds net niet goed, maar aan de andere kant: offer je niemand van de sprinttrein op, dan komt het misschien niet eens tot een sprint.”

Contrast tussen winnen en verliezen
Winnen zit er voor de Duitse ploeg dan ook niet in. Totdat de negende etappe aanbreekt en Dumoulin na een fantastische finale op indrukwekkende wijze Chris Froome en Joaquim Rodriguez een hak zet. “Pas toen ontstond in zekere zin de wauw-factor, nadat we eerder die week natuurlijk al de rode leiderstrui in bezit hadden gehad. Maar ook zeker omdat wij wisten dat Tom in het begin van de etappe was gevallen. Hij heeft die bewuste rit gereden op zijn reserve-fiets. Dus zónder gegevensmeter of iets erop. Met andere woorden: die dag heeft hij gekoerst op gevoel en met het hart. Dat was voor iedereen wel een openbaring, van: ‘ZO! Die heeft een sterke stap gezet’. De druk om te winnen was er gelijk af, enorm kicken was dat!”

In de rit die Tom won reed hij op z’n reserve-fiets, zonder krachtmeter. Hij koerste die dag met het hart

We maken een sprongetje. Nadat onze landgenoot in en rond Burgos via de tijdrit de leiderstrui herovert, gelooft heel Nederland in een eindzege. Helaas kapituleert Dumoulin op de voorlaatste dag alsnog. Stamsnijder schetst het beeld van die avond: “Verschrikkelijk. Er heerste gewoon een grafstemming. Je werkt ergens naartoe en gaat erin geloven. Je weet dat het mogelijk is. Maar je weet ook dat alles mee moet zitten, de kopman mag nooit een slechte dag hebben. Tom was gewoon al een paar dagen niet lekker. En dat kán gebeuren in zijn eerste grote ronde, althans: de eerste keer dat hij voor een klassement gaat. Alleen is het enorm zuur dat het net op de laatste dag is die er toe doet, dat hij juist dan niet kan volgen. Wat hij echt de gehele Vuelta perfect heeft gedaan. Dan valt een ieders droom in duigen, niet alleen die van Dumoulin. Ik bedoel: we zijn zo’n hecht team, dat we in de loop van die drie of vier weken erin zijn gaan geloven. Dan is het enorm pijnlijk als het net op de laatste dag misloopt.”

De volgende ochtend, met de slotrit naar Madrid, heeft niemand zin om te koersen. Toch besluiten ze om nog een laatste keer de schouders eronder te zetten. “We waren het ook verplicht aan John. Een groot kampioen, hoe hij zichzelf in de bergen volledig wegcijfert voor de ploeg. Ook voor hem wil je dan nog eens de longen uit je lijf rijden, omdat het hem nog niet gelukt is een etappe te winnen. Als het uiteindelijk toch lukt, is dat super mooi”, legt de Bornerbroeker het contrast tussen verliezen op zaterdag en winnen op zondag uit.

Stamsnijder krijgt bijzondere lof en waardering
Met drie ritzeges op zak en tot drie keer toe de rode leiderstrui in bezit, kan Giant-Alpecin gerust spreken van een geslaagde Vuelta. En daarin speelt Stamsnijder een uiterst dankbare rol. “Ik kreeg tijdens en na de Vuelta complimenten van de hele staf en alle jongens, maar ook van concurrerende teams. Normaal gesproken ben ik onderdeel van de sprintploeg binnen Giant-Alpecin, of ben ik een controlerende renner voor het klassement. Dat houdt in dat je vluchtersgroepjes onder controle houdt en ze daarna terugrijdt. Maar er is wel een wezenlijk verschil: een combinatie van beide is bijna niet te doen. Als je dan dubbelop werk moet doen – dus én werken voor de sprinttrein én de klassementsrenner helpen, je hebt dus eigenlijk nooit geen rust – dan helpt af en toe zo’n rode trui om je moraal te boosten.”

Ik kreeg voor mijn werk zelfs complimenten van andere ploegen!

“Ik had ook achteraan het peloton kunnen zitten en elke keer de pijntjes in de benen kunnen voelen. Maar als je een doel hebt om voor te strijden, kun je beter anderen pijn gaan doen op kop van het peloton. Dan voel je je eigen pijn ook niet zo. Als je dan later in de gruppetto zit, je iedereen hoort klagen dat het zo hard ging, waarom het zo hard ging en dat ze moe zijn, dan is dat bevredigend. En weet je: ik ben geen slechte klimmer. Bergetappes kan ik heel gemakkelijk overleven. Mijn rustdagen in een grote ronde zijn vaak juist die ritten. Dan doe ik lekker rustig aan. Ik kan er ook voor kiezen om verder omhoog te rijden met de betere klimmers, maar daar word ik niet voor betaald. Ik moet de dag erna er weer staan voor de sprinters. In het begin van de bergetappes let ik goed op, maar zodra ik denk: ‘Muahw, dit is een mooi groepje om te lossen’, dan ga ik erin zitten. Op die manier weet ik voor mezelf altijd heel erg veel energie te besparen. “

Dat zat er voor Stamsnijder dit keer dus niet in. “Nee, die kans krijg je niet als je een leiderstrui in het bezit hebt. Dan heb je geen keuze. Dan moet je vanuit de start tot aan de voet van de laatste col – of een berg eerder, als daar de koers al ontploft – erbij blijven. Het is dan mijn taak om ervoor te zorgen dat de kopgroep niet te veel ruimte krijgt, maar dat ze ook niet heel snel worden ingelopen. Of dat ik bijvoorbeeld even bidonnen moet halen, of Tom uit de problemen houd. In feite zit je dan dus altijd met je snufferd in de wind, omdat er altijd iets te doen is. Maar het is wel schitterend om te doen! Helemaal om achteraf van je collega’s de waardering te krijgen, dat het indrukwekkend is wat  je doet.”

Kritiek over te weinig klimmers te makkelijk
Ondanks de goede prestaties, krijgt Giant-Alpecin ook kritiek uit Nederland. Dumoulin zou te weinig ondersteuning krijgen in de bergen. “Als we vooraf alles wisten, dat we geweten hadden wat hij ging presteren, dan was er waarschijnlijk een klimmer extra meegegaan. Maar dat weet je dus niet. In de persoon van Lawson Craddock hadden we er één jongen bij die Tom bergop zou kunnen ondersteunen. Maar die is zelf ook nog jong, dat was ook een kwestie van: ‘Kijk maar hoe ver je kunt komen en we zien wel’. Dus op dat gebied was er totaal geen rekening gehouden met het scenario dat Tom het zó goed zou doen. Om nu maar te zeggen dat de hele ploeg gefaald heeft op het feit dat er geen klimmer extra was… Dat is wel heel erg makkelijk.”

“Bij ons in de ploeg is er maar één klimmer die normaal gesproken bij de beste vijftien klimmers van de wereld hoort. Aan zo’n renner, ja, daar heeft Tom nog iets aan”, gaat Stamsnijder verder. “Voor de rest is hij deze Vuelta heel erg goed bijgestaan. Maar ja, vindt maar eens iemand die bij de beste vijftien klimmers van de wereld hoort. Daar zit een prijskaartje aan. Dat zijn renners die ook zélf uitslagen kunnen rijden. De enige bij ons in de ploeg die daaraan voldoet, is Warren Barguil. Maar die zet je pas in als je serieus en zeker weet dat zoiets als nu gaat gebeuren. Om dan te zeggen dat Tom daardoor de Vuelta heeft verloren? Nee. Hij heeft de Vuelta verloren omdat hij tegen het einde ziekig was. Als Barguil er wel was geweest, had hij misschien tussen plek drie en vijf geëindigd, in plaats van zesde.”

Tom heeft de Vuelta niet verloren door te weinig steun in de bergen

Volgens Stamsnijder is deze Vuelta juist een eye-opener geweest. “Mensen die zeggen: ‘De hele ploeg moet vol klimmers’. Dan snap je het dus niet. Als een klassementsrenner in goede vorm is en gewoon fit is, dan verliest hij de meeste tijd buiten de echte bergetappes om. Dan heb je juist – denk ik – heel veel aan jongens die handig zijn in het peloton, in combinatie met veel beulswerk. Een mooi voorbeeld is het positioneren van Tom, om hem vooraan aan de voet van een berg af te zetten. Veel teams rijden met z’n tienen vooraan om de kopmannen te beschermen. Dat kun je doen, maar dat is vrij arbeidsintensief. Wij dachten dan vaak: ‘Weet je wat, wij blijven lekker uit de wind en in de schaduw.’ Vervolgens kozen we er dan voor om in de laatste twee kilometer naar voren te schieten. Dan houden we Tom daar en heb je relatief weinig energie gestopt in het positioneren van je kopman. Dat is een andere aanpak dan de klassieke manier, maar meer een soort sprinterstactiek. En daar hebben we bij ons in de ploeg specialisten voor, met jongens als Degenkolb, Koen de Kort, Johannes Fröhlinger, Luka Mezgec en Zico Waeytens.”

Vriendenploeg die handelt naar vermogen
Ook roemt Stamsnijder de kracht van Giant-Alpecin, wat volgens hem aan de basis van deze prestaties staat. “Wij zijn niet bang om fouten te durven maken. En aan de hand van deze fouten, wordt alles geanalyseerd. Je kunt er daarom vergif op innemen dat er een wel doordachter team naar een volgende grote ronde wordt gestuurd. Tenminste, als we voor een klassement gaan. Maar ik denk dat het veel interessanter is om te zien hoe ver wij als sprintersploeg, met een hele goede kopman en zonder echte klimmers, al kunnen komen in een grote ronde. Ik vind dat dit mensen veel meer aan het denken moet zetten. Als je kijkt naar wat wij presteren met ons budget, dan moeten andere ploegen misschien de manier van hoe je een grote ronde-ploeg bij elkaar zet wel veranderen.”

Tijdens de Vuelta hebben we onze zwakte gebruikt, om het in ons voordeel te laten werken

Met tactiek kun je het grote geld dus overvleugelen, bewees de Duits-Nederlandse formatie deze Ronde van Spanje. “Wat wij deze Vuelta hebben gedaan, is onze zwakte gebruiken om het in ons voordeel te laten werken. Iedereen wist dat wij geen mannen hadden voor in de bergen. Dus wat Tom dan deed, was zijn meest gevaarlijk concurrent opzoeken, die ook de beste klimmers/helpers had. Daar zat hij strak in het wiel. Als Tom dan net zo goed of beter is als Fabio Aru, dan kan Aru met zijn beste klimmers niets doen. Je kunt nog zo veel geld hebben en nog zo goed zijn: een ploeg is net zo sterk als hun beste man. Wanneer je dus een hele sterke kopman hebt, dan is een superteam soms niet eens nodig. En ik denk dat dit ook wel een dikke pluim is naar Tom. Hoe hij op zo’n jonge leeftijd, zo volwassen heeft gekoerst. Hij is nooit in paniek geraakt en heeft ons allemaal kunnen motiveren om boven onszelf uit te stijgen.”

De lastige slotvraag die rest is of Dumoulin de Vuelta had gewonnen wanneer hij fit was gebleven. “Ja”, zegt Stamsnijder resoluut. “Maar, dat is persoonlijk. Tom is zo’n killer, dan had hij zich vastgebeten in het wiel van Aru. Maar dat heeft hij ook eerder aangetoond. Bovendien waren de beklimmingen in die laatste rit niet bijzonder lastig, qua stijgingspercentages. Als Tom fit was geweest, had hij op die beklimmingen in het wiel gezeten en hadden ze hem er nooit meer afgereden. Ik denk wel dat de manier waarop vooral Tom – maar ook de ploeg – gekoerst heeft, elke dag met het mes tussen de tanden, tot de verbeelding sprak. Misschien hebben we af en toe jeugdig dom gekoerst en veel energie verspild, maar dat is wel attractief. Dat is ook iets wat Dumoulin zelf heeft gezegd: ‘Ik ben geen klassementsrenner die alleen maar volgt’. Daarom is hij denk ik ook zo gevaarlijk. Én voor ons als team maakt dat het leuk om voor hem te koersen. Met Tom Dumoulin is er nooit een saai moment.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Poll

LottoNL-Jumbo stuurt de best mogelijke selectie naar de Tour de France.

Stand


Holland Cup

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief