Weekendinterview: Floris Gerts

Door Maxim Horssels, zondag 13 september 2015 om 08:00

foto: Marcel Koch

Hij heeft niet de status van aanstormend talent. Maar dat vindt hij wel prima. Onder de radar van het grote publiek vestigt Floris Gerts zijn naam in het wielerpeloton. De stagiair van BMC is bezig aan een ijzersterk seizoen. Een profcontract lonkt en dat is maar goed ook, want voor Gerts is het dit jaar alles of niets. In het Weekendinterview een kennismaking met de 23-jarige renner.

Het is eind augustus als Gerts net buiten het stadshart van Leiden staat te wachten. De avondspits is over haar drukste punt heen. Voorbijgangers passeren nog in shirts met korte mouwen. Gerts is gestoken in een lange, donkere jas, dichtgeknoopt tot aan de kin. Het tekent zijn sérieux als jonge sportman.

Tijdens de korte wandeling naar de binnenstad borrelen nog verse herinneringen bij hem op. De omgeving kent hij als zijn broekzak. Na zijn eerste beloftejaar leefde hij hier twee jaar lang het typische leven als student Geneeskunde en lid van Minerva, de oudste studentenvereniging van Nederland. Het was een tijd – zoals hij zelf treffend omschrijft – van “alles erop en eraan”. Totdat het niet meer te combineren was met de fiets, waar het ondanks het gefeest steeds beter mee ging. Afgelopen winter keerde hij terug naar het ouderlijk huis in Voorschoten.

Atypisch verhaal
Het prille carrièrepad van de aspirant-prof is niet te vergelijken met dat van veel van zijn voorgangers. De wielersport ontdekte hij per ongeluk. “Schaatsen was mijn sport. Ik was daar super fanatiek in. In de zomer na mijn middelbare schoolexamen ben ik wat serieuzer gaan fietsen. Het was goed voor het schaatsen en iedereen zei dat het leuk was, en wat moest ik anders doen? Toen ik in Leiden begon met studeren, wilde ik nog één winter schaatsen en daarna kappen met sporten en lid worden van een studentenvereniging. Uiteindelijk heb ik dat ook gedaan en volgde een periode van veel feesten, totdat wat jongens zeiden dat het misschien zonde was om helemaal te stoppen.”

Bij wielerclub SwABo reed Gerts in zijn eerste beloftejaren met name in criteriums en amateurklassiekers. De juniorentijd heeft hij vrijwel volledig overgeslagen, vandaar dat zijn naam weinig belletjes doet rinkelen, is zijn vermoeden. “Renners die als aanstormend talent worden bestempeld rijden zich bij de junioren in de kijker. In die categorie reed ik ter voorbereiding op de winter misschien zes koersjes per jaar en ging ik alleen maar op m’n bek”, lacht hij. “Goed sturen heb ik later in de criteriums geleerd!”

Twee keer solo! Ik dacht: wat gebeurt hier?

In zijn tweede jaar als belofte krijgt hij de smaak te pakken. Het aantal koersdagen groeit en halverwege het jaar gaat hij op uitnodiging van Daan Olivier als gezelschap mee naar Frankrijk voor een trainingskamp. Achteraf gezien was dat het kantelpunt. “Daan vroeg mij gezellig mee te gaan trainen in de Alpen. Ik ken hem nog van vroeger vanuit het schaatsen. Hij reed op dat moment bij de opleidingsploeg van Rabobank, daar keek ik natuurlijk tegenop. Een week lang heb ik in zijn wiel gezeten en ben daar veel beter van geworden. Hij reed toen al echt heel hard, en liet mij ook een beetje zien hoe je moet leven als wielrenner. In het naseizoen heb ik toen twee wedstrijdjes gewonnen. Het waren geen grote wedstrijden (NSK en criterium Hoogstraten, red.), maar ik won ineens twee keer op dezelfde wijze door weg te springen in de laatste kilometer. Twee keer solo! Ik dacht: wat gebeurt hier?”

Rabobank
Gerts zocht contact met continentale ploegen maar een overstap bleek nog te hoog gegrepen. Bij de LSE-formatie Croford kon hij wel terecht. “Een geweldig team”, klikt het meteen. “Heel relaxte mentaliteit en ondertussen reden we allemaal van die Franse wedstrijdjes, waar we met een busje naar toe reden. Het was hier al wat serieuzer. In de winter had ik hard getraind, het feesten nam af en ondertussen studeerde ik ook nog. In dat jaar wist ik een paar keer te winnen, in Limburg, in Frankrijk.. Toen heb ik écht geprobeerd bij Rabo te komen. Ik dacht: ik ga meteen voor het beste continentale team.”

Geen enkele ploeg klopte bij hem aan ondanks een solo-overwinning in een Nederlandse klassieker en een ritzege in Frankrijk. “Dat was wel apart.. Ik snapte het niet. Voor mij was het alles of niets. Ik maakte het mezelf lastig door alleen Rabobank te benaderen. Gelukkig kwam het goed en kon ik hier terecht.” Net als een jaar eerder nam hij zelf het initiatief en belde naar ploegleider Arthur van Dongen. “Ik zei hem welke uitslagen ik had gereden en dat ik dacht aan het gewenste niveau te voldoen. Na een gesprek en lang wachten ontving ik het verlossende woord. Voor mij voelde dat heel bijzonder!”

Ik kón en wílde niet blijven, maar ondanks de strubbelingen heb ik een mooie tijd gehad.

Het seizoen bij de opleidingsploeg van Rabobank verliep vorig jaar niet zoals gehoopt. In de eerste seizoenshelft vielen de uitslagen tegen. Valpartijen, blessureleed of net dat beetje geluk missen verhulde het goede gevoel. In het naseizoen pasten de puzzelstukjes wél, maar bleven de kansen schaars. “Ik had toen graag wat meer kansen gekregen van de ploegleiding.” De kansen die hij kreeg wist hij te benutten met onder andere de overwinning in de Eurode Omloop 2014. Ook haalde Gerts zijn gram door in zijn eentje naar België te rijden voor profkermiskoersen. “Gelukkig ben ik zo gek geweest met de auto naar het Oost-Vlaamse Zele te rijden voor een koers en die ook te winnen”, zegt hij genoegzaam over die periode. Een gebrek aan vertrouwen dreef de renner en ploeg uit elkaar. “Ik kón en wílde niet blijven, maar ondanks de strubbelingen heb ik een mooie tijd gehad. Tussen die jongens was het geweldig en heb ik veel geleerd en super veel lol gehad.”

Waar een jaar eerder de interesse uitbleef, had Gerts eind vorig jaar de luxe van verschillende aanbiedingen. Met de hulp van een zaakwaarnemer kwam hij uiteindelijk terecht bij BMC Development Team, de opleidingsploeg van de gelijknamige WorldTour-formatie. Een behoorlijke verandering voor de jonge Nederlander. Na een volledig Nederlandse ploeg lonkte nu een internationaal avontuur. “Bij BMC krijgt iedereen evenveel kansen. Aan het begin van het seizoen kent iedereen zijn volledige wedstrijdprogramma. Het was voor mij dus óf de Ronde van Normandië óf de Ronde van Bretagne. Uiteindelijk heb ik ze beide kunnen rijden doordat iemand geblesseerd uitviel en ik goed reed na Rucphen.”

Stage
Vroeg dit voorjaar werd duidelijk dat de terugkeer naar het ouderlijk huis en de overstap naar BMC Development Team juiste beslissingen waren. In de Dorpenomloop Rucphen won Gerts op dezelfde wijze als in zijn eerste gewonnen wedstrijden; door een late uitval in de finale. “Deze overwinning was geweldig. Hiervoor doe je het allemaal! Voor mij was dit een absolute bevestiging op de goede weg te zitten.”

De uitslagen van Gerts bleven niet onopgemerkt bij de ploegleiding. Halverwege maart werd al voor het eerst gezinspeeld op een stageperiode bij de hoofdmacht. “Mij werd gevraagd of ik het überhaupt wel zag zitten en of het te combineren zou zijn met mijn Geneeskundestudie, dat ze zo met je meedenken vond ik best bijzonder.” Het moment van het verlossende woord, weet Gerts niet meer “maar je voelt dat wel aankomen..”

Natuurlijk, ik was wel zenuwachtig. Niet alleen voor mijn stagedebuut maar ook omdat ik al een maand geen wedstrijd had gereden.

Begin augustus was het zover. Een maand na de zevende plek op het NK tussen de profs en zijn overwinning in de Omloop Het Nieuwsblad voor beloften, tevens zijn laatste koers voor een tijdje, werd hij opgesteld in de Prudential RideLondon. De BMC-selectie bestond onder anderen uit Philippe Gilbert en Rohan Dennis. “Natuurlijk, ik was wel zenuwachtig. Niet alleen voor mijn stagedebuut maar ook omdat ik al een maand geen wedstrijd had gereden.”

Gerts kreeg de opdracht mee te springen met vluchters. Op de lokale omloop springt hij weg en weet een gat te slaan. Kilometers lang is een televisiecamera gericht op zijn rug. Wat in eerste instantie lijkt op een typische chasse patat blijkt het begin van een onuitwisbare herinnering. In korte tijd slaagt Gerts erin het gat naar de kopgroep te overbruggen. Met nog een veertigtal kilometer te rijden, lijkt aan de voet van Box Hill de kopgroep te worden teruggehaald. Op dat moment rijden de beste renners weg. Vlak voor de heuveltop dreigt Gerts de aansluiting te missen, waarop Gilbert een paar pedaalslagen inhoudt om de jonge Nederlander de aansluiting te laten maken. “Dat was gewoon bijzonder, dat hij eventjes wacht. Ik zat helemaal a block. Niet vaak heb ik meegemaakt dat ik helemaal door mijn grenzen heen moest gaan. Van die inspanning kon ik daarna niet meer herstellen. Uiteindelijk finishte ik als 36e.”

De wedstrijd werd overigens gewonnen door BMC-ploegmaat Jean-Pierre Drucker. “Fantastisch dat hij wint bij mijn eerste wedstrijd tussen de profs. De waardering en het respect dat ik kreeg na de race was mooi, al realiseerde ik me dat pas later. Ik was vooral bezig met direct een uitslag rijden”, zegt hij lachend.

Profcontract
Hoewel zijn stageperiode nog in volle gang is – momenteel rijdt Gerts in de Tour of Britain – hoopt hij spoedig op een profcontract. Voor Gerts is het alles of niets. “Als het niet lukt ga ik verder met mijn studie, maar op dit moment wil ik vooral graag prof worden. Ik voel dat het erin zit!” Een concrete aanbieding voor volgend jaar heeft hij nog niet op zak. “Het eerste gesprek met BMC Development had ik vorig jaar pas op 6 oktober. Ik moet rustig afwachten.”

Finales rijden is het vetste wat er is!

Hoewel hij de zoektocht naar een ploeg liever zelf zou doen, heeft hij toch opnieuw de hulp ingeschakeld van een zaakwaarnemer. “Ploegen denken kennelijk dat ik al een contract heb omdat ik voor de opleidingsploeg rijd en nu stagiair ben bij BMC. Zover is het nog niet. Ik hou me er rustig onder. Ik heb nu nog een tiental koersdagen om te laten zien wat ik waard ben.”

Op de vraag waar hij het meest naar uit zou kijken als prof, antwoordt hij na een korte denkpauze: “Finales rijden is het vetste wat er is! Hoe geweldig zou het zijn dat te kunnen doen in de voorjaarsklassiekers. Maar beroepsrenner worden is de eerste stap en daarna komt finales rijden. Of je zoveel stappen kunt maken om weer beter te worden, weet ik niet. Op dit moment ben ik daar eerlijk gezegd nog niet mee bezig.”

Reacties Toon reacties Verberg reacties

Tour de France 2018


Poll

Tom Dumoulin is sterk genoeg om Geraint Thomas en Chris Froome te verslaan

Stand

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang elke maandag de WielerFlits-nieuwsbrief