De Bianchi Oltre XR4 van Lars Boom: “Aerodynamisch, stijf en comfortabel”

Door Thijs Roelen, donderdag 21 september 2017 om 08:30

Foto's: Wouter Roosenboom

Hoogtestages, trainingskampen of diëten. Allemaal zinloos voor een wielrenner wanneer de basis niet goed is: de fiets. Een renner kan zichzelf nog zo goed verzorgen als hij wil en fysiek in opperbeste vorm verkeren, wanneer zijn materiaal niet in orde is, doet dat er allemaal niet toe. In de fiets van … vertelt een profrenner over zijn materiaal. Als eerste: Lars Boom.

Een stuk of drie Colnago’s en een Giant staan wat nonchalant opgesteld in de fitnesskelder van Lars Boom. In het aanpalende klushok staat nog een Specialized uit zijn Astana-tijd en achter wat andere fietsen haalt Boom een legendarische Bianchi vandaan. “Hier heb ik die Touretappe op gewonnen”, klinkt het met gepaste trots.

Het is een projectje, waar hij nog werk van wil maken: deze fietsen verdienen het om met iets meer show tentoon gesteld te worden in zijn huis in Vlijmen. Dat beseft Boom zelf ook wel. Wat heet: hier staat een stuk Nederlandse wielerhistorie achteloos tegen een muur. Tijdens zijn zweetsessies in de kelder heeft de 31-jarige renner van LottoNL-Jumbo zicht op de fiets waarop hij wereldkampioen tijdrijden bij de beloften werd, wereldkampioen veldrijden bij de profs, de Eneco Tour won en vijfde op het WK voor profs werd. “Ik ga ze allemaal nog een keer mooi ophangen”, belooft Boom.

Maar, we waren hier eigenlijk voor een andere fiets: die waar Boom nu op rijdt. Het feit dat hij de belangrijkste rijwielen uit zijn carrière bewaard heeft, zijn ervaring als veldrijder en zijn achtergrond als fietsenmaker, maken de Vlijmenaar een aangename gesprekspartner om over materiaal te sparren. “Vooral dat laatste zorgt er wel voor dat ik altijd met meer dan gemiddelde interesse met mijn materiaal bezig ben”, vertelt Boom terwijl hij zijn huidige Bianchi Oltre XR4 naar buiten rijdt. “In principe kan ik zelf een fiets opbouwen of een wiel spaken. Al is dat laatste wel even geleden.”

Zijn trainingsfiets is hetzelfde model als waar hij zijn meeste koersen op afwerkt. “Allereerst vind ik het een mooie fiets, dat celeste groen van Bianchi heeft toch altijd wel iets”, begint Boom over zijn Italiaanse rijtuig. “Verder is dit het topmodel van Bianchi. Hij is redelijk allround: het is een aerodynamisch model, stijf, maar door een laagje countervail in het carbon tegelijkertijd ook redelijk comfortabel. Hij is afgemonteerd met Shimano Dura-Ace, wielen van Shimano, Vittoria-banden, een zadel van Selle San Marco en een Vision-stuur. Voor mij is dit eigenlijk een perfecte fiets.”

Geen enkel puntje van kritiek? “Misschien dat hij nog een klein beetje lichter zou mogen. In mijn maat en met onze lichtste wielen, zit hij nog net een paar honderd gram boven het minimum toegestane gewicht. Maar dat is eigenlijk bij de meeste merken wel zo: mijn Specialized vond ik vorig jaar eigenlijk ook net een paar honderd gram te zwaar.”

Al is Boom natuurlijk niet het type renner dat het moet hebben van parcoursen waarbij iedere gram telt. Hij is de man voor het klassieke werk in Vlaanderen en Noord-Frankrijk, het type koersen dat iets anders vraagt van een fiets. “Voor Parijs-Roubaix hadden we een speciaal model: de Infinito”, legt Boom uit. “Die heeft een langere wielbasis voor meer comfort en ook het frame zelf heeft een extra absorberende laag. Daarnaast passen er bredere banden in de voor- en achtervork. Dat is iets wat je de laatste jaren steeds meer ziet: afgelopen jaar reed ik met 28 millimeter brede banden, terwijl ik in mijn eerste Rabo-jaar nog met 23 millimeter reed. Bredere banden zijn veel comfortabeler en hebben meer grip.”

Wanneer Boom wat zegt over zijn materiaal, weet je dat hij het meent. Hij is niet het type dat zomaar zijn sponsor naar de mond probeert te praten. Zo toonde hij in het verleden al eens openlijk kritiek op zijn aeropak van Bioracer bij de nationale ploeg (‘waardoor ze het pak wel enorm verbeterd hebben’) of zijn bril van Rudy Project. “Bianchi staat altijd open voor onze meningen of ideeën. De crossfiets die ik afgelopen winter had bijvoorbeeld, had nog wel wat verbeterpuntjes. Samen met hen zijn we bezig geweest om die te verwerken. De geometrie kan wat specifieker worden gemaakt voor veldrijden: het bracket wat hoger en de voorvork wat luier.”

Hetzelfde proces doorliepen de tijdritfietsen van de Italiaanse fabrikant tijdens het verblijf van Boom bij Astana. Was daar tijdens het eerste jaar met Bianchi bij Belkin nog veel kritiek op, tegenwoordig behoren ze tot de beste van het peloton. Boom: “Ik heb in die eerste periode nog eens een gewoon wegframe gebruikt met een tijdritstuur, omdat ik dat beter vond. Maar nu zijn ze prima in orde, dat zie je ook aan onze prestaties.”

Waar Boom nog uren zou kunnen uitweiden over bandendruk, velghoogte, wel of geen keramische lagers en schijfremmen (‘ik zie niet direct de noodzaak’), zit de tijd er helaas op. Nog een slotvraag dan: wat was eigenlijk zijn allereerste fiets? “Een Concorde Razorblade. Die kreeg ik in 1998 en had mijn vader overgenomen van Elsbeth Vink, oud-Nederlands Kampioene op de mountainbike. Dat was een mooi fietsje, toen al helemaal van carbon. Of ik daar veel op gewonnen heb? Vast wel.”

De fiets van Lars Boom
Frame: Bianchi Oltre XR4
Wielen: Shimano Dura-Ace C50
Groep: Shimano Dura-Ace
Zadel: Selle San Marco
Stuur: FSA
Tubes: Vittoria Corsa

Verantwoording:
Het initiatief voor dit artikel komt vanuit WielerFlits. Er is geen vergoeding ontvangen voor de plaatsing hiervan.

Reacties Toon reacties Verberg reacties